Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de buren dolle musschen kwetterend stoeiden, en hoog en wijd boven heel de goud-blonde wereld blauw de hemel koepelde, sprak Clémence over de opvatting, die zij had over liefde, legde ze de volheid open van haar naar geluk hijgende ziel.

En telkens verwonderde het haar, dat geen stem naast haar klonk, sprekend van „excentriek" of „geëxalteerd. Integendeel, ze voelde en hoorde in het rustig, overtuigend antwoorden : wat er aan goeds en edels leefde in haar eigen ziel, het was volmaakter, meer beheerscht en buigzaam in de ziel van haar pleegzuster.

Zij bepeinsde ze, hoe deze zuster van Berkel, iemand van wie ze enkele maanden terug het bestaan niet kende, haar vertrouwen had gewonnen. Men had haar altijd aangezien voor „gesloten." Dat was ze, of liever ze was het geworden, toen de menschen haar het eerste groote leed alleen hadden doen dragen, niemand eigenlijk had begrepen, dat dit sterfgeval een groot leed voor haar beteekende.

Ze had zuster van Berkel leeren kennen, een pleegzuster van wier verleden ze weinig wist. Zonder dat die op vertrouwelijkheid had geïnsinueerd had ze zich aan haar gegeven, zij die toch zoo moeilijk zich gaf, al haar kleinheid en zwakheid had ze aan haar opgebiecht. Van de somberste zijde had ze zich doen kennen. Nauwelijks — vanmiddag eigenlijk voor het eerst — had ze gesproken van de kracht en de sterkte, die ze óók dikwijls in zich voelde.

Sluiten