Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ofschoon 'zelf opgewekt van natuur, had zuster van Berkel niet éénmaal gezegd, dat ze deze zwartgalligheid niet kon begrijpen of belachelijk vond. Kalm had ze geredeneerd, zacht en vergoelijkend, toch óók met iets resoluuts. En terwijl ze zoo rustig te praten zat, aanmoedigend om niet angstig om de klippen van het leven heen te zeilen en niet den storm schuw te ontwijken, bedacht Clémence hoe een bizonder persoontje zij was, één van de weinigen, die stilletjes het eigenbelang voorbij kon gaan voor het belang van anderen. Het was toch geen lichte taak bij telkens andere zieken zoo gulle vriendelijkheid en goedhartige zorg aan den dag te leggen. Onder het strak verpleegsterslijfje klopte blijkbaar een altijd tevreden en heel moedig hart. Eigenlijk, wanneer je zuster van Berkel liefkoozend hoorde spreken of zag zorgen, wekte het verwondering, dat nooit een man haar uit het prachtig maar eentonig verpleegstersleven had genood naar een eigen, veilig tehuis. Een ideaal-vrouw moest het zijn, die zich zóó kon vergeten, en zulke mooie illusies had.

Sluiten