Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Geduld, ach kom nu Als alle zieken waren zooals jij, zóó gauw tevreden.

„Van Berkeitje, nu niet 'n pluim op m'n hoed willen steken'." Clémence gekte tegen de gedachte in, zuster van Berkel te vragen om haar vriendschap.

Ze weifelde Als dit eens wèl excentriek zou gevonden worden, belachelijk misschien of kinderachtig, zoo'n „liefdesverklaring" van vrouw tot vrouw. Als ze er mee verspilde, wat ze in haar ziekte gewonnen had : een hartelijke sympathie. Toen ze aan de voordeur stond, zei ze eenvoudigweg : „dag zuster." Maar ze zei het met warmte, en stevig drukte ze de zachte hand van de verpleegster.

„Dag Leny" werd ze verbeterd.

Het was een bewijs, dat het niet bij louter sympathie hoefde te blijven.

Ze sloeg blij den arm om zuster van Berkels schouder, langs het kroezend haarblond boog ze het gezicht. „Dag Leny, lieve zachte Leny," zei ze haar kussend.

Toen ze aankwam in Laren, stond Bep aan het stationnetje, dat lag in een blakerende morgenzon. Ze zag er in de wit-piqué japon met rood-leeren ceintuur, de witte schoenen en kousen bijna te jong uit. Toch niet onaardig, Bep stond letterlijk alles ....

Tingelend en hortend kwam de stoomtrem met een zwenk van den Hilversumschen weg. Bep wuifde.

Sluiten