Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nee .... ach nee, 't is moeilijk. Als ik me verdiep in de natuur — je weet, nogal 'n gewoonte van me — denk aan al die soorten van bloemen bijvoorbeeld, aan al de insecten en andere dieren, boe alles geregeld tot leven en sterven komt, dan kan ik wel praten van : ,,'t is natuur, redelijker lijkt me bet aannemen van een hoogere Macht, die alles regelt, 't Blijft echter bij losse gedachten, overtuiging kan ik 't niet noemen .... Tóch zeg ik ook, al erkent men een Macht, die over de wereld heerscht, dan sluit dit nog het bestaan van een hemel niet in.

„Jij vindt dus de wereld 'n hemel!"

„Dat weet je wel beter," bekende Clémence, zich herinnerend, hoe ze had gewild, dat haar laatste ziekte het roestige levenshek voorgoed gesloten had.

,,'k Zou tenminste zeggen," glimlachte Leny, „als jouw systeem waarheid bevatte: wél een God, maar géén hemel, dan was 't mij liever geweest, dat Onze-lieve-Heer een bloem van me gemaakt had, een mooie lelie of n roos. Alle droefenis van het leven was me dan vreemd geweest. In dezen tijd van verwoeden oorlog, moet de trots over „mensch-zijn" toch sterven. Maar, je geeft toe, dat de wereld géén hemel is, èn dat er een God bestaat. Je zult dan óók toegeven, dat één van de voornaamste eigenschappen Gods rechtvaardigheid moet zijn, het goede door Hem beloond, het kwaad bestraft moet worden. Zou het geen groot tegenbewijs voor die rechtvaardigheid zijn, als na dit leven alles ophield ? Wat te denken van de armoede ? 'k Weet

Sluiten