Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afbrak met de mededeeling : „er wordt geklopt," kreeg ze het penibel gevoel, te familiaar te zijn geweest.

„Wie is daar ?" hoorde ze Leny vragen.

„Ik, Clémence ; maar ik hoor je hebt bezoek, dus kom ik 'n ander keer terug.

„Welnee!" Leny kwam direct zelf de deur opendoen. „Nu nog mooier ; 't hindert niets, m'n broer is 'r. Kom gauw binnen."

,,'k Had je iets te vertellen," praatte Clémence verontschuldigend. De tegenwoordigheid van den vreemden jongeman weerhield haar ineens met het nieuws voor den dag te komen.

„Zoo ; da's leuk. Verbééld je, dat je was weggegaan," zei Leny vriendschappelijk . .. „Laat 'k even voorstellen : m'n broer Paul, juffrouw Clémence Boogerd. Ik heb jou wel eens over hem gesproken, hem wel eens over jou; totaal vreemd zijn jullie niet voor elkaar.

„Daar heb je gelijk aan," lachte Paul, en na de gemoedelijke manier van voorstellen, bezegelde hij de kennismaking met een handdruk.

„Ontdoe je van mantel en hoed," animeerde Leny, „en vlij je neer." Ze schoof een stoel bij.

„Nee, ik zal m'n goed aanhouden, ik ga dadelijk weer naar huis. Toevallig, omdat de les aan Truusje van Hoven verviel — 't arme ding heeft mazelen — kom ik even aanloopen."

„Dat wil dus zeggen, dat ik niet moet rekenen je te

Sluiten