Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Qémence stond op ging naar de piano. Ze zette het boek open. „Welke zal 't zijn ?"

„No. 3, als u wilt." Paul keerde met den vioolstok eenige bladen om. „Hier hebben we 'm."

„Kan 't, uw partij op den schoorsteen ?

„Zóó, wat meer naar 't licht, dat zal beter gaan.

„Qémence speelde eenige accoorden. „Zullen we beginnen?

„All right."

Het was een genot dit samenspel. In haar kringen had men geen flauw idee van ernstig en *n beetje artistiek musiceeren. Op meer dan wat banale walsen, moppen, een mandolinedeuntje, een geradbraakte vertolking van de Pathétique, een cello-sonate, die erbarmelijk onzeker klonk, was ze op zoogenaamde „muziekavondjes met onthaald. Ergerlijk, wat dilettanten soms voor opvatting hadden over muziek ; muziek-ontzenuwen en ontzielen, dat deden ze!

Leny's broer speelde eenvoudig, zonder bravoer, maar zuiver en met een warmte, die de overtuiging vestigde, dat de fouten, die hier en daar tusschenslopen, hemzelf het meest hinderden. „Hé, heerlijk zoo samenspelen," zei ze spontaan na de slotaccoorden.

Paul legde de viool neer, stond geleund tegen de tafel. „Ik doe *t ook graag en vooral met zoo'n bekwame pianiste. Leny slaat de plank nogal eens mis. Ik zeg

Sluiten