Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paul spande met Clémence samen : „als je werkelijk genoot, zooals zij tweeën nu, dacht je niet aan overspanning." Hij keek lachend haar aan. Ze naderden elkander in dien lach, in dit gezamenlijk enthousiasme.

Nu niemand thuis wachtte, — Mama en Jos waren uit de stad — geen verwijten over „het gedweep met die pleegzuster" stonden te wachten, bleef Clémence tot het radium-klokje half twaalf wees.

Toen ze de handen in den schoot liet vallen, en even lachend zuchtte, zei Paul ineens bezorgd : „nu eindigen we, hoor; we moeten 't niet te bar maken," en de daad bij het woord voegend, borg hij zijn viool weg, zocht de muziek bij elkander.

Het scheen een van-zelf-sprekend feit, dat hij haar wegbracht.

„Wilt u wandelen of met de trem, juffrouw Boogerd ?" vroeg hij, toen ze buiten liepen.

„Juffrouw Boogerd," herhaalde Clémence, „noemt u me eenvoudig „Clémence.""

„Als u „Paul" wilt zeggen, heel graag."

Ongemerkt liepen ze door, lieten ze de trem passeeren, zonder er op te letten.

Ze spraken druk over concerten van het vorige seizoen en die, waarmee het nieuwe was ingezet. Hun opinie over muziek kwam opvallend overeen. Hij was verrukt geweest over de vier eerste Mahler-Symphonieën, waarna

Sluiten