Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vijfde en zesde hem hadden gedesillusioneerd; zij óók.

Zij vond de „Petite Suite" van Debussy een subtiel, ragfijn werk ; hij dito.

De Alpen-symphonie van Strauss was hem niet meegevallen ; haar evenmin.

„Honderd maal liever hoor ik dan een Mozart-symphonie," beweerde hij.

„O," bevestigde zij verrukt, „die gracieuse Es-dur bijvoorbeeld!

Zonder een schijn van vertrouwelijkheid te willen wekken, vroeg ze na kort stilzwijgen : „Vind je 't niet jammer, als je door de muziek zoo geheel overmeesterd bent, in het reëele leven terug te moeten? Ik ondervind 't dikwijls zoo beklemmend. Van de week nog, de C. dur van Schubert — je kent natuurlijk de C. dur, subliem hé ? — Nu, na het trotsch Finale stormde de zaal leeg, aan de vestiaire was 't dringen, bij de trem bijna vechten om 'n plaats. Precies of je uit 'n ideale sfeer ineens bent neergeploft : „ziezoo daar sta je weer, sukkel nu maar verder."

„Maar je neemt toch de herinnering mee? je hoort 't nog in gedachte, den invloed der muziek hoef je niet prijs te geven.

„Dat is zeker, maar om je heen die stilte, die rust, alleen het geluid van muziek, en van zulke muziek, dat is voorbij, ineens is t uit.

„0 ja," lachte hij, „zoo is heelemaal *t leven; daar zullen we moeilijk iets aan veranderen. Begint uit een toren

Sluiten