Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vreemd, zóó naar een ander te kunnen verlangen, zóó stellig te weten, dat hij, hij alléén de zon was, die je dagen

kon verlichten Bijna te subtiel was dit om te zeggen....

Iets was het, om stil in je om te dragen, alleen aan hèm fluisterend te kunnen bekennen"

„Paul," zei ze zacht, om dien naam lief koozend te hooren van haar lippen. „Paul."

Ze zag hem vóór zich, zooals hij er den vorigen avond uitzag, óók opgewonden door het urenlang spel, jeugdig en met goedigen, trouwen blik, eenvoudig en rustig met haar redeneerend. Haar denken haalde hem zóó nabij, dat ze in verbeelding het hoofd neeg naar zijn schouder, de woorden beluisterend van zijn liefde, bekennend hoe zij, eerder dan hijzelf, geweten had, dat ze bij elkander hoorden, elkander zouden aanvullen.

„Zou het 'n bezwaar zijn, hij wat jonger dan zij ? Mannen, die groote moeilijkheden het hoofd boden, konden

soms over een kleinigheid niet heen Maar ze zou

immers nooit zich de oudere toonen, altijd tegen hem opzien? Ze heette trotsch, maar de omstandigheden, het breed verschil tusschen Mama, Bep, Jos en haarzelf, hadden haar verhard en versomberd. Een vreemd, donker kleed, had ze zich omgegooid, dat strak haar wezen omspande. Haar eigen hevig-voelende natuur — ze wist het Z.? Was °"e ®cnte natuur van vrouw, van meisje eigenlijk nog, zoekend naar steun, naar den mooien kant van het leven. Onder het ruwe, zwarte kleed klopte een hart,

Sluiten