Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was zoo aanhankelijk, een typ'je om bij je op schoot te nemen, te vertroetelen. Zoo écht lief was ze. Fluweelzwarte kijkers keken groot en glanzend uit het bol snuitje. Je moest van dat kind houden. Heerlijk, haar s avonds toedekken, met klappende kussen, haar van school halen, helpen aan de vlechtmatjes, waarover ze laatst te tobben zat".... Ze streek met de hand over het voorhoofd; de verblijdende gedachten aan het kind moest ze bannen, die mochten haar niet tot een besluit brengen....

Als hij maar niet bleef aanhouden, haar zou aanspreken op straat, uitvorschen haar bezwaren, om ze uit het hoofd te praten. Ze kon hèm, een vreemden man, toch moeilijk zeggen, dat ze een ander liefhad, dat ze stellig wist voor hem nooit dat te zullen voelen. Kon eigenlijk, wanneer je eenmaal de liefde had voelen branden en bruisen in je ziel, ditzelfde een tweede maal ondervonden worden, even glorierijk, even diep ?...

Ze schoof een zijla van het bureautje open, trok wild een postvel te voorschijn. Den penhouder gereed boven het blank papier, wist ze geen opschrift, geen begin, geen vervolg, warrelde het in haar geest van ongeordendé gedachten. Aan Paul dacht ze, en aan den ander, die had gevraagd, wat hij verzwijgen zou, aan het kleine, donkere meisje dacht ze, dat zoon zielig, eenzaam leventje had. ten chaos was 't.... Waarom kon ze nu niet resoluut haar besluit neerschrijven, en dan redeneeren : ,,'t is uit

Sluiten