Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen ze Leny ontmoette, vertelde ze de historie, kort en gejaagd, of het iets was, dat drukte, waarvan ze zich bevrijden moest.

„Hoe kon je het zoo onmiddellijk afschrijven," verweet Leny, zóó-maar bot-weg, zonder het eerst te laten bezinken, 's Morgens had je je misschien bedacht; s avonds wegen de dingen altijd zwaarder."

Het speet Clémence te zijn begonnen. Leny had gelijk, dat ze dit overijlde laakte. Zich verdedigen met het voornaamste argument der weigering, kon ze niet. „Ik had me stellig niet bedacht.' „Dat weet je niet; bij sommigen vestigt zich de liefde ineens, bij anderen langzaam-aan."

„O," praatte Clémence, met flikkering in de oogen en een lichten blos over het vermoeid gezicht, „als 't bij mij niet spontaan komt, is het niet 't ware .... Op z'n allerhoogst had ik sympathie kunnen aankweeken, liefde nooit."

„Je lijkt me zoo bizonder geschikt voor het huwelijk " verzekerde Leny hartelijk, opnieuw bij Clémence de vraag wekkend, of Leny's verpleegstershart het zwaar verlangen met kende naar steun en overgave, het heimwee naar geluk. „Je zult een man kunnen boeien. En, je houdt immers zooveel van kinderen?"

„Om Elly spijt het me ontzaglijk," bekende Clémence smartelijk. „ n Schat is ze. Als 'k aan haar denk, zou 'k mijn woorden nóg willen herroepen." „Heb je werkelijk niet voorbarig gehandeld ?"

Sluiten