Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Clémence. — „Morgen is het misschien zonnig buiten, dan wordt het innerlijk óók weer lichter."

Clémence maakte geen aanstalten om te gaan j roerloos zat ze voor zich uit te staren.

„Je hebt toch geen spijt dien Wallé te hebben afgeschreven ?" vroeg Leny voorzichtig. „Het zou misschien nog te verhelpen zijn. Desnoods, wanneer je mij als tusschenpersoon verkiest"....

De woorden gingen langs Clémence heen. „Wat zei je ?" vroeg ze ineens.

„Of je spijt hebt van dien Wallé ?"

Geen seconde Verbééld-je"

Ik dacht zoo 't kon toch."

Clémence stond op, omdat ze ineens voelde : ik kan me niet langer bedwingen, en morgen zou het me spijten, zou ik het laf vinden mijzelf te hebben laten gaan.

„Zal ik je thuisbrengen ?" vroeg Leny.

„Nee, 'k wil alleen ; niet meegaan, hoor."

Toen de voordeur was dichtgetrokken, verweet zich Leny, dat ze niet had doorgezet, Clémence tóch had weggebracht. Je kon niet weten, in zoo'n overspannen toestand, en dan iemand, die door geen hoogeré principes werd weerhouden .... Als ze zich nu herinnerde dien anderen pahent, hoe ze hem had teruggezien, opgehaald uit het water, waarin den heelen dag was gedregd .... Vrêeselijk die verwrongen trekken, het natte zwarte haar, strepend

Sluiten