Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het gele voorhoofd Wat was een leven zonder

geloof, zonder iets dat stutte en ophief Verbeeld je,

dat Clémence.... Verbeeld je toch.... „Ach lieve Jezus," bad ze ineens, „om wille van Uw doodstrijd, van Uw lijden aan het Kruis, dat evengóed haar heeft gegolden, als mij en ieder ander, heb medelijden; laat niet gebeuren, waarvoor ik op het oogenblik beangst ben. Houd met Uw krachtige hand haar terug. Doe met haar als met het verloren schaapje van Uw schaapstal

Buiten, langs de donkere Spiegelgracht, liep Clémence te huilen, te huilen als een kind, omdat ze~onuitstaanbaar was geweest tegenover Leny.

Die 'n engel was, 'n engel

Als geen voorbijgangers het konden zien, wreef ze met haar zakdoek langs de oogen, bette ze de tranen weg.

Een drang voelde ze terug te gaan, haar arm rond Leny's schouder nederig te vragen : „wees niet boos, ik kan 't niet helpen ; als je alles wist"

Maar het moest hinderlijk zijn, aldoor haar doelen op een geheim. Als ze wéér begon, zou ze het meesterschap over zich zelf verliezen, zou ze moeten spreken over Paul.

Dat mocht niet, dat kon niet; dat urilie ze toch ook niet?

Enkele dagen daarna, in de woelige Zaterdag-middag drukte van de Kalverstraat, zag ze ineens hem aankomen.

Sluiten