Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was een oogenblik, of, met een schok, het kloppen van haar hart ophield. Eén oogenblik maar. Toen voelde ze het weer onstuimig bonzen, streed ze : „zal hij me zien ?" „zal hij me aanspreken?"

Nu was hij vlak bij. Hij bemerkte haar. Het was duidelijk, dat ook hij ontstelde, bleek werd Waarom? !"

Zijn hand, waarmee ze hem met sierlijke beweging den strijkstok had zien hanteeren, greep naar zijn hoed.

„Dag Hij zocht naar haar naam, of wilde dien —

maar om wat voor reden dan ? — niet noemen.

„Dag, juffrouw Boogerd."

Eén oogenblik zijn stem!.... Hij was al voorbij.

Een zweepslag was het geweest.

Als hij werkelijk haar naam had vergeten, was zij hem onverschillig, had hij al deze weken niet aan haar gedacht.

„Verbeeld je, dat zij niet meer geweten had, dat ze hem „Paul" zou noemen 1"

Wat had ze gezegd i „dag Paul?" „dag mijnheer van Berkel?" had ze teruggegroet?

Even dacht ze, dat dit alles maar schijnverdriet was, dat deze ontmoeting alléén had plaats gehad in haar fantasie, zooals ze den laatsten tijd allerlei gelukkigs en smartelijks fantaseerde, levend eigenlijk buiten het reëele. Maar nee, néé, 't was werkelijkheid !

Wat leek je belachelijk met zoo'n aan flarden gescheurden gelukssluier .... Een gek tusschen verstandige,

Sluiten