Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV.

CTOBER bracht een reeks van dagen met een koestering nog van zomerzon, met een kalm, berustend afscheidswuiven der vergeelde bladeren, met een weelde van gouden en lila

chrysanten.

Clémence leefde in een sleur van morgen naar avond, van avond naar morgen. In haar stillen weemoed betreurde zij den zomer, die haar korte geluksglone had ontroofd. Toch was het goed, dat de tijd vergleed, de dagen hoe langer hoe meer haar afwentelden van dien blijën droom. Een bloemknop was het geweest, zich heffend in een waas van weemoed, omdat er de belofte van bloei niet in lag opgesloten. Soms bedacht ze, dat het een uitkomst zou zijn van Paul te nooren, dat hij zich had verloofd. Dan zou ze onherroepelijk weten, dat hij voor haar verloren was, en niet langer geslingerd worden. Het was nu telkens, of ze hoopte, en telkens opnieuw moest zij zich voorhouden, dat dit een dwaasheid was.

Ze had van Leny een boek ter leen. ,,'t Is het eigendom van Paul," had Leny argeloos gezegd; „maar hij vindt natuurlijk goed, als ik het jou geef."

Ze had zich in dezen roman weer kunnen verdiepen,

Sluiten