Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wees gegroet, o sterre. Wees gegroet van verre".

Achter zich hoorde Clémence een klare jongensstem, die elke lettergreep met kracht aanzette, telkens diep ademhalend, om uit volle borst omhoog te zingen.

Ze keek om ; het was Johnnie, de kinderjuf naast hem.

Hoog ten hemel blinkt uw licht In het bange vergezicht "

Ze voelde even het onplezierige van te zijn opgemerkt. Maar toen de juffrouw, en Johnnie vooral, vriendelijk knikten, was ze er overheen. Ze zocht het lied in het kleine bundeltje, dat achter in de kerk was uitgedeeld. Haar hand gedrukt tegen de wang, liet ze de woorden in zich bezinken. „Het bange vergezicht," dat had zich vanavond voor haar geopend ; ze moest het tegemoet, alléén, zonder het licht van éénige liefde

„Schijn dan veilig voor ons uit, Gun de zee geen droeven buit. Wees gegroet, wees gegroet, Maria".

Veilig en zeker : Maria vooruit, die het armelijk leven had meegeleefd en zwijgend maar volgen haar licht, het licht van de morgenster.

„Als in donk're luchten Wij naar U verzuchten, Laat de wolken heinde en ver Vluchten voor Uw morgenster. Wees gegroet, wees gegroet, Maria."

Sluiten