Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kom met heldere stralen Ons van God verhalen Van het oord van licht en rust, Waar de vreugde 't leven kust. Wees gegroet, wees gegroet, Maria.

Nu kon ze niet meer, ontwijfelbaar-zeker voelde ze : aan de hand der Moeder moest ze opgaan tot den Zoon, dien ze .... als God .... niet durfde naderen.

Toch, niettegenstaande Zijn grootheid had Hij haar lief. Ze kende Zijn woorden : „komt tot Mij, gij allen, die belast en beladen zijt; Ik zal u verkwikken" .... Ze kende zooveel van Hem, had de laatste maanden herhaaldelijk van Hem gelezen ; het was of iets haar er toe gedwongen had. Met een snik barstte het uit haar hart, dat altijd gehijgd had naar liefde, dat dood moest, als het geen liefde kende : „Ik geloof." Ze herhaalde het, als om zichzelf te overtuigen : „ik geloof, ik geloof.... Ik zal alles gelooven, groote God, wat Gij wilt, ik zal alles dragen, zoo lang en zoo zwaar, als het in Uw wil ligt opgesloten .... Het zal worden de trots van mijn leven .... Hoe heb ik óóit gemeend, dat mijn nietig verstand moest begrijpen, wat Gij in Uw wijsheid hebt uitgedacht.... Waarom heb ik zoo lang geweifeld, niettegenstaande de hooge rechten, die Gij op mij hebt.... Maar nu gaat het anders worden. Strijden zal ik onde" Uw vaandel .... Ik wil Uw slavin zijn" .... Ze vertelde in haar gebed van het leed, dat slagen sloeg, van het nijpend verlangen iemand te hebben, die haar zou liefhebben, hoe ze gehoopt had

Sluiten