Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zij heeft je ingepalmd. Nu weet ik, waarom ze zoo poeslief kon doen."

„Wat dom, net of je daardoor tot zoo'n besluit zou kunnen komen."

„Ik herhaal t : zij en niemand anders heeft je ingepalmd ; jou heeft ze bedrogen en mij, met 'r schijnheilig gezicht.... Hoe ik ooit zoo'n Roomsch mensch in m'n huis heb kunnen halen, 't is ontzettend."

Mevrouw Boogerd huilde bijna, werd rood van woede en spijt. „Maar Roomsch word je niet; eens zien, wie de lakens hier uitdeelt, jij of ik."

„Waarom laat u me niet vrij...."

„Omdat je me blameert, omdat je ons allemaal in opspraak brengt. Natuurlijk, de menschen zullen zeggen : „mevrouw Boogerd 'r eigen schuld, had ze maar geen Roomsche verpleegster in 'r huis moeten dulden Hoe heb ik ook zoo stom kunnen zijn !" Ze drukte devuist tegen het voorhoofd.

„Als u 'n onverschillige houding aanneemt, zal 't praatje gauw genoeg zijn doodgebloed. Ik zal met m'n geloof werkelijk niet te koop loopen ; u zult er niet den minsten last van hebben."

„Toch zal *t niet gebeuren. Ik zal géén Katholieke dochter dulden. Hoor je het ? Zeker den heelen dag zoo'n preutsch gezicht tegenover me." Mevrouw Boogerd, anders in haar woede zelfs hoffelijk en gereserveerd, laaide los: ,,'t is 'n krankzinnig idee van je. 't Is absurd".

Sluiten