Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII.

R was geklopt. Schuw schrok. Clémence op ; ze had niemand hooien komen. „Ja, wat is *r?"

Het was Dientje, die vroeg, of ze beneden

kwam.

Mama wenschte haar dus aan de koffietafel; misschien had zij zich bedacht.

Ze ging de trap af. Bijna beneden, viel het haar in, dat notaris Elman op bezoek was ; ze liep terug, verwisselde de flanellen blouse, die door het wasschen geel was geworden, met een schotsche zijden.

Notaris Elman, een vriend indertijd van Mr. Boogerd — de vriendschap dateerde van kostschool — was één van de weinigen, die, waar ze ook komen, een prettigen indruk nalaten, omdat ze het geheim kennen tegen ieder vriendelijk en innemend te zijn.

Hij was op leeftijd ; de lange baard, die zijn spitse kin omkranste, was van bruin grijs geworden. In de bruine periode hadden Clémence en Bep er vlechtjes in gebreid. Qémence herinnerde het zich, toen ze, notaris Elman de hand reikend, bemerkte, hoe de grijze baard nu bijna

Sluiten