Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ah zoo! nu, dat belooft wat; geen grooter vreugd dan zoo'n eerste kleinkind.... Dat vind 'k aardig nieuws .... Wij worden anders oud, als men zoo nagaat; wanneer ik denk met uw man op de kostschoolbanken te hebben gezeten, en nu ons beider kinderen al zulke flinke menschen."

Clémence zag de hand, waarin notaris Elman de vork vasthield, beven .... Net Vader, als hij zoo sprak, wel drukker en beweeglijker, maar zoo in-goedig ook, zoo alles van anderen ten goede uitleggend en waardeerend.

„Gebruik jij daar niet van Qémence? kom, 't is goed voor je." Hij schoof haar de assiette toe met warm vleesch.

„Nee dank u, notaris."

„Ach kom."

„Wezenlijk niet."

„Zoo'n warm hapje anders.... t Is delicieus, mevrouw . . . „En zeg Jos, vertel eens, hoe bevalt t studentenleven ?"

Jos snoefde op van het oer-leuke leven op soos en studentenkamers, haalde er fatsoenshalve even de studie bij.

„Wanneer denk je examen te doen ?" „In December, 't candidaats."

„Zoo-zoo." Het werd een vergelijking tusschen het studentenleven van meer dan vijftig jaar her en tegenwoordig. „De oude tijd had óók veel attractie, was eigen-

Sluiten