Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het laatste nippertje — notaris Elman was reeds bijna de stoep af — kwam Clémence in een vaartje van boven. Direct kwam hij eenige treden terug.

„Dag Clémence, tot ziens hoor ; je moet je goed versterken, meid." Zijn hand streek langs de kleurlooze wangen. — Clémence begreep, dat over haar gesproken wa8> _ „Anders kom je bij mij, in Gelderland, maar eens 'n flinke dosis gezondheid opdoen, zoo gauw 't maar voorjaar wordt. Je schrijft, en je bent welkom ; ik heb 'n groot huis, 'n goede piano, 'n mooien tuin, bosschen vlak in de buurt, eiken dag versche eieren, alles wat je maar van 't buitenleven verlangen kunt. Je weet dus : „Sonnevanck" staat voor je open.

Mevrouw Boogerd, wie de tegenkanting in de allervervélendste geschiedenis met Clémence dwars zat, kritiseerde : „wat zoo'n ouwe vent jonge meisjes nog te lijmen weet I

Terwijl deze burgerlijke gedachte zich jaloersch in haar nestelde, wuifde zij den vertrekkenden gast na met een fijn zakdoekje, waaruit wasemde een geurtje van violettes-de-Parme.

„Wat zou 'k graag," peinsde Clémence, toen ze het rijtuig hoorde weghobbelen over de keien.

's Middags, op weg naar een nieuwen leerling, bij wien ze door mijnheer Marchand was aanbevolen, ging ze een kerk binnen. Ze ging niet uit verlangen naar gebed. Wat

Sluiten