Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gisteren en eergisteren een geluk was geweest: heel haar

wezen open te leggen voor den Vriend, die het menschenhart in de teerste aandoeningen begrijpt, scheen vandaag onmogelijk. Gedwongen werd ze, ergens toevlucht te zoeken, waar het woelige denken misschien tot rust zou komen.

Ze hep tot vooraan, knielde neer, en vouwde onwillekeurig de handen.

Ze zag naar het Antonius-beeld met het Jezus-kind in vertrouwelijke omarming; ze zag Sint-Jozef met den bloeienden lelie-tak ; ze zag de laatste Kruisweg-statie, daarvan vooral de berouwvolle Magdalena-h'guur, op de knieën, de handen geklemd tegen het gelaat, weenend om Hem die gestorven was, die zóóveel had kunnen verwijten, doch met een enkel woord van Zijn lippen heel haar donkere zondenschuld had weggevaagd.

„Omdat zij veel had liefgehad "

Haar gedachten drongen in het Tabernakel ; ze zag den kelk met het levend Manna, een hemel van geluk en kracht open voor haar ziel. En nu zelf de poorten dichtslaan ?... Ze boog het hoofd, diep als Magdalena bij het graf, waarnaar de doode Vriend gedragen werd.

Oók in schuldbesef boog ze het hoofd, omdat ze het had gewild, bijna besloten was .... Christus af te wijzen.

„Vergeef mij, dat ik mijn voet niet durfde zetten over den gouden drempel. Vergeef mijn angst voor een handje-

Sluiten