Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muur, een bloemenvaasje van den schoorsteen, duwde die dingen in den koffer tusschen een stapel linnengoed.

De kamer zag er hol en ongezellig uit. „Zou Jos, die mopperde, dat hij — als student nog wel! — het slechtst was bedeeld, zijn boeltje hierheen verhuizen ?... Vreemd, dat haar meubels waren weggedragen, de meubels, waarmee ze vertrouwd was geraakt in dit milieu .... Onbegrijpelijk, dat ze wegging, waar ze jaren had gewoond, nooit meer hier aan tafel zou zitten, of spelen in het salon .... O, dat is waar, ze moest nog naar Kettner,

vragen, of ze de huurpiano lieten stemmen Wat

'n strubbeling zulk verhuizen." — Ze keek rond. — „Hier was nu alles klaar, hier had ze niets meer te maken.... Even nog de handen wasschen." Ze ging naar de kraan in het portaal, liet gedachteloos het dunne waterstraaltje langs haar vingers kruipen, veegde de handen langs den klammen handdoek, waarop de zwierige initialen „B. G..." Zij was een Boogerd ; Mama, Bep en Jos waren de Greeve s ; dit bracht de verwijdering.... Toch zou ze, al stutte ze tegen grooter moeilijkheden nog, het her karakter van de Boogerds hooghouden ....

Ze haalde op haar kamer twee valiesjes weg, liep, zonder meer om te kijken, de trap af. In de keuken ging ze zeggen, dat boven een mandje met prul Ier ij en stond; die moesten de meiden maar verdeelen. „Misschien nog iets, geschikt voor de kinderen van je zuster, Rika," zei ze met schorre stem. Dientje bracht fluisterend een boodschap over van

Sluiten