Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stapeld, kreeg onder de tactvolle regeling van Leny een vriendelijk aanzien.

„Mag 'k zóó maar in je koffers gaan, alles schikken naar mijn idee ?" vroeg ze Clémence, die hoed op, mantel aan, geleund stond tegen de vensterbank, zóó passief, of alles haar onverschillig was.

„Ga je gang ; hier zijn de sleutels," stemde ze lijdelijk toe. De overstelpende emoties der laatste dagen hadden haar energie geknakt, alle lust tot meehelpen ontbrak. Leny trachtte haar op te monteren, al was het maar eenigszins haar aandacht te boeien.

„Je wilt zeker niet veel op de piano hebben ; zóó, alleen die vaas met wilgentakjes ? mooi hé ? artistiek .... Is het niet 't gezelligst het bureautje bij 't raam ?... Kijk, dat zal goed doen, dit kleedje met bonte kleuren op 't

zwarte tafeltje En — zég, luister eens naar me ! —

dit is n pak voor jou van mij."

„Ach nee, 'k wil niets hebben," weerde Clémence ; „erg genoeg, dat 'k jou zoo werken laat."

„Verschrikkelijk," stemde Leny tragisch in, „ik kan niet meer, nog nooit zóó geploeterd. — Hier, ik zal 't uitpakken, eens zien of je 't hebben wilt of niet."

Toen de vloeien waren afgewikkeld, gloriede even Clémences stem : „Prachtig, le Christ du Montmartre."

„Wat weet je dat goed."

„Ik herinner me het beeld van toen 'k met Vader de kathedraal van den Montmartre bezocht; het trof me zooals

15

Sluiten