Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't daar stond, boven den ingang." Ze zweeg, trok toen ineens Leny naar zich toe, drukte haar een langen kus op den wang.

„Bedankt hoor ; 't is magnifiek ...." „Je weet niet,' voegde ze er bijna fluisterend aan toe, „wat n tijd ik heb doorgemaakt, wat *t is, uit huis te worden gejaagd, als een hond, te wéten, dat ze totaal onverschillig voor je zijn, geen grein medelijden hebben.

„*k Ben overtuigd, dat je er nooit spijt van zult hebben,* durfde Leny verzekeren. „Denk je niet, als ik teleurstelling had voorzien, dat 'k met kracht en geweld je had tegengehouden ?

,,'t Is ook goed," stemde Qémence in, „dat 't alles zóó is gegaan ; afschuwelijk had 't geweest, als ik dit allerbeste wat ooit in me geleefd heeft, had vertrapt en weggeschopt. Ik zou geen léven meer hebben gehad, een eeuwig zelfverwijt was 't geworden. In een toppunt van moedeloosheid heb ik gedacht, dat ik van tweeërlei kwaad maar 't minst moest kiezen, en maar Roomsch worden

om den vrede te vinden met mezelf" Ze zag naar

het witte beeld, waarvan de linkerhand noodend zich uitstrekte en de rechter wees op kruis- en doornensier. En ze wist, dat er óók momenten waren geweest, waarop ze gezegd had en gebeden : „Voor U zal ik alles offeren, alles geven ; voor U is geen strijd te groot....

Sluiten