Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dag juffrouw! da ... .ag!" Elly keerde zich telkens om, wuifde met haar schooltasch. Schattig ding, zooals ze daar stapte in het vuurrood manteltje, waarop de pijpkrullen, die even zwart waren als de gelakte matrozenhoed, lustig wipten. O, 'n verrukkelijk kind!...

In vroolijke stemming gaf Clémence les. Ze gekte met Theo van Hoven, die door zijn fiets was gezakt, welke betiteld werd als „ouwe rotkar". D'r zaten geen spatborden meer op, en geen bel en geen lak, en geen remmen.

„Wat zat 'r eigenlijk wèl op ?" lachte Clémence.

„Ik, vóórdat 'k er was doorgezakt!" Illustreerend liet Theo beide handen plat op de toetsen vallen.

„Type van n jongen," dacht Clémence.

Door een advertentie in een Gooische courant, toevallig haar in handen gekomen, gaf ze sinds kort óók les in Bussum. Het heen en weer reizen had eerst bezwaarlijk geleken ; met het oog echter op de verhuiskosten, die volstrekt niet waren meegevallen, had ze op de advertentie geschreven. Met goed gevolg.

De nieuwe leerlinge was een mager kind, met sluik, geel-blond haar en roode randjes aan de oogleden, wat elke les opnieuw deed vermoeden, dat ze gehuild had, een vermoeden, dat door het schuchter optreden gestaafd werd. Een zielig kind was het eigenlijk, ofschoon, met al haar schuwheid, een vluggertje ; in korten tijd had ze

Sluiten