Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja ; u wéét *t toch ?" „Ik weet volstrekt niets."

„Maar, mon Dieu, dat u 'r niet van op de hoogte bent, n eigen zuster. Ofschoon, misschien trachten ze 't juist voor de naaste familie stil te houden, 't Zal moeite kosten ; 't praatje is geducht rond."

„Maar wat dan toch is 'r gebeurd ?" vroeg Clémence angstig.

Mevrouw van Delft keek met kleine, spiedende oogjes den vollen dames-coupé rond. Niemand scheen aan het gesprek aandacht te wijden ; maar.... afgewende oogen en gespitste ooren, die combinatie hoorde niet tot de onmogelijkheden.

Ze boog zich vertrouwelijk voorover, praatte juist hard genoeg, dat het uitklonk boven het gebons van den trein : „ t Betreft haar man, dien van Zuylenhoven Lentsveld, n type, dat ik-voor-mij nooit au serieux heb genomen."

Clémence sprak het niet tegen ; ze voelde neiging mevrouw van Delft, die den ketting van haar zilveren tasch onachtzaam om den vinger wond, uitweidend over het genre-heeren zooals André, aan te sporen, eindelijk toch te zeggen, wat er haperde.

Toen ze hoorde, hetgeen ze had kunnen voorspellen, schrok ze, voelde ze een rilling, die het bloed uit haar wangen dreef.

Mevrouw van Delft, geprikkeld door de belangstelling in haar historie, spon verder uit : ,,'t Was een sterk ge-

Sluiten