Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wiesje is 't een slag, al tracht ze nu onder hardheid haar leed te verbergen, 'n Echt troetelpopje was ze, altijd ging *t haar voor den wind."

„En — dat heb 'k al telkens willen vragen — was ze muzikaal?" Clémence ging naar het raam, stak een penhouder tusschen een kier, om het rinkelen der ruiten te voorkomen. Zonder deze afleiding had ze de vraag, die meermalen al verschoven was, weer niet durven stellen.

„Ach, wat je muzikaal noemt; moppen kende ze ; marschen en zulk soort dingen. Toen ze de eerste visite bij me bracht, vertelde ze verheerlijkt, dat ze 't hééle repertoire uit 't hoofd kende. Ze heeft toen nog 'n deuntje gespeeld uit één van de nieuwste operetten.

„Wat zei Paul toen wel ?"

„Nu ja, jé begrijpt, afkammen deed hij 't niet; hij beweerde luchtigjes, dat hij 'r wel anders zou leeren. En, dat had hij wel klaargespeeld óók! Hij kon 'r eigenlijk heelemaal zetten naar zijn hand. Ze had heusch wel in extase geraakt over 'n orkestwerk, waarvan ze misschien niets begreep, als hij haar het enthousiasme had voorgepraat. ..

„Dat passieve," weerlegde Clémence, „stond wellicht tegen ; de meeste mannen zien liever 'n karakter tegenover zich, desnoods willen ze weerstreefd worden.

,,'t Is mogelijk," gaf Leny toe, „dat Paul net zoo lief moeilijkheden had ondervonden dan dat Wiesje altijd

Sluiten