Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goedmoedig in zijn gareel had geloopen, terwijl ze — dat moet je niet vergeten — zijn contrast was."

,,'k Geloof 't stellig, want Paul is in den volsten zin des woords 'n man." Clémence zei het onstuimig. Toen mets antwoordde dan het rumoer van den storm, vreesde ze te ver te zijn gegaan. Als een grof egoïsme verweet zij zich hetzelfde moment haar vreugde, haar innerlijkbhje ontroering bij de gedachte : „Paul weer vrij! Paul weer vrij!"

Alsof het niet ging ten koste van een ander Alsof

zij met haar sterke vreugd, met het wéten van zijn vrijheid iets kon bereiken ....

Een oogenblik bleef het stil. Ze dacht zich de teleurstelling in van Wiesje van der Voort, hoe ze nu misschien woest was van verdriet. Wie beter dan zij kon zich in haar toestand verplaatsen?.... Een huiver van deernis

greep haar aan 't Is treurig voor dat meisje, vooral

wanneer ze 'n vroolijken kijk had op 't leven; 't is opeens zoo'n barre ontgoocheling."

De regen, die eenigszins bedaard was, kletste weer heftig tegen de ruiten. Leny luisterde. „Wat 'n noodweer toch." „*k Ben blij, dat je gekomen bent". Clémence raapte het kussen op, dat van Leny's stoel was gevallen. , Als je alleen zit, en je hoort duidelijk al die geluiden, werken ze zoo beklemmend. Jammer alleen, dat je met zoo'n jobstijding kwam." Ze kleurde over haar eigen onoprechtheid.

Sluiten