Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik glee van den zwarte," verontschuldigde Johnnie zich.

Hij moest het stukje overnieuw spelen. Qémence, nu met volle aandacht er bij, schreef hier en daar een dynamisch teeken, draaide een krulletje om de fis, waar Johnnie wéér „van afglee."

Het lesuur was bijna om, toen een nieuw belgerinkel de terugkomst van Jos deed veronderstellen.

„Den volgenden keer maken we 't langer," beloofde Qémence.

Gebogen over de trapleuning hoorde ze even later Jos luidruchtig roepen : „zoo buurjonkertje!" waarop Johnnie, voor zijn doen verlegen, zachtjes zei : „dag meneer."

Jos kwam hijgend boven. „Nou zeg, da's me effen n klim; dat lap je 'm geen twee keer per dag!" Hij stak zijn hand uit, drukte slapjes die van Qémence.

Met de beweeglijke manier van doen, die zij van hem gewoon was, kwam hij de kamer in, deed joviaal; of hij met 'n gloeiende fuif ergens ,,'n kast" kwam inwijden.

„Verdraaid-aardige kamer ; zou je niet zoeken zoo hoog ; de meubels komen bliksemsgoed uit hier."

„Nog altijd tracht hij onder krachtwoorden zijn onbeduidendheid te verbergen," dacht Clémence.

„Zoo, vind je ?" vroeg ze onverschillig.

Dezen luidruchtigen toon, dit gewóón-doen vond ze onuitstaanbaar. Niet, dat ze een demonstratie verwacht

Sluiten