Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat kwam Jos toch uitvoeren hier?

Kringen van rook opblazend, begon hij ineens : „Zeg we hebben je noodig."

„Zoo? En waarvoor?" Clémence ging zitten op de tabouret, den rug gesteund tegen de piano.

„Je moet weten, Mama zit in beroerde geldverlegenheid."

Jos sloeg het eene been over het andere, nam een branieachtige houding aan, wat allerminst paste bij hetgeen hij vertelde, evenmin als de zeer geurige sigaret en de schoenen van lak-Ieer en peau-de-suède dat deden. „Vanmorgen zat ze nota bene te huilen ; nou je weet, dat doet Mama niet zóó-maar. De kwestie is deze : ze had onzen huisheer.... hoe heet de man ook weer,

potztausend kerel, hoe heet je "

„Van Vloten," herinnerde zich Clémence. „Juist. — Aan van Vloten had ze beloofd primo Maart, inplaats van primo Februari, de huur te vereffenen. Ze had het V op gegooid, dat ze zelf wachten moest op betaling'van hypotheken (wat in werkelijkheid niet waar is). Nu zijn we primo Maart voorbij; van Vloten heeft van de week gedisponeerd — Mama heeft zich toen niet thuisgegeven. We komen drie honderd pop te kort. Langer wachten is totaal onmogelijk, öf we slaan 'n reuze-figuur tegenover dien van Vloten, wat heel beroerd is."

Jos tipte de asch van de sigaret af. „Mama heeft een effect willen verkoopen, maar, oer-vervelend — ze heeft

Sluiten