Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Weet Mama, dat je hierheen bent ?"

„Natuurlijk niet; je snapt dan zou ze 't geld niet aannemen (het tactloos gezegde werkte niet animeerend). Je begrijpt, ik geef er *n wending aan, zeg, dat ik t van *n vrind heb, die 'n ander keer door mij werd geholpen.

Clémence draaide onrustig op de tabouret. Zou ze t geven? Niettegenstaande alles wat ze van thuis had geslikt? Het zou *n verbazende overwinning zijn, want, o soms voelde ze zoo'n wrok. Maar, wie. moest eerder kunnen vergeven, Mama en Jos, of zij?... ,Jyiet zeven maal moet ge vergeven, maar tot zeventig maal zeven maal...." Ze wipte ineens op van de tabouret.

„Je kunt 't krijgen." Onder uit de kast kreeg ze de leeren cassette met het losse geldbakje van stalen ruitjes. Toevallig had ze vanmorgen plan gehad het geld naar de spaarbank te brengen; goed maar, dat 't er niet van gekomen was. Ze telde hem voor : twee bankjes van honderd, vier van vijf en twintig. Het geschuif van haar vingers deed het papier ritselen. Eigenaardig, dat je nooit sterker aan iets hechtte dan op het moment, dat je er afstand van moest doen.... De biljetten verdwenen in Jos* portefeuille, gelijk ook de illusie om het volgend jaar reeds den Pleyel te koopen. Met Mama's bekende nonchalance op f inanciëel gebied zou van teruggeven weinig sprake zijn. En, voor *n luttele honderd gulden moest weer geruimen tijd gewerkt worden.

Het was, of het gesprek hokte, nu geen gezamenlijk belang meer dwong tot spreken.

Sluiten