Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXII.

OMS overviel het haar als een vreemde gewaarwording, stond ze er perplex van, hóe zij in betrekkelijk korten tijd totaal van huis had kunnen vervreemden.

Zelfs na het vluchtig bezoek van Jos, waarvan ze niet twijfelde, of Mama was er achtergekomen — Jos immers kon draaien, maar viel per slot van rekening altijd door de mand — was van toenadering niet de minste sprake geweest.

Somwijlen kon ze naar het beetje gezelligheid van vroeger terugverlangen. Wanneer ze avonden achter elkaar alleen zat — Leny had een bizonder drukken tijd

wanneer ze terugkwam van de lessen en niets wachtte dan de vreemde kamer met de doode meubels, kon ze begrijpen, dat 'n mensch in zoon vereenzaming zich hechten ging aan een hond of kat, alleen al omdat je er tegen spreken kon. Het was in zoo'n gedrukte stemming, dat ze zich een vogeltje had aangeschaft, het hupsche gele ding, dat door een ring hupte en het belletje aan het rinkelen bracht in de glanzend-koperen kooi. „Piet, hoe heb je 't gemaakt in je alleenheid, laat de vrouw jé kopje eens streelen." Haar vinger tusschen de tralies liet

Sluiten