Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En öf. Moet je hooren dit vers." Clémence las voor met welluidende, buigzame stem :

Hoe heb ik. nu maar een gedachte

En ééne. liefde en éénen droom, Sinds mij uw oogenluister lachte,

Werd heel mijn ziel zoo rein en vroom.

Werd heel mijn leven stil en zwijgend,

Als bij den opgang van de maan De hemel, wijl de wolken wijken

En alle stormen ondergaan. ')

Beiden wisten haar geheim benaderd ....

,,'k Had daareven óók zoo'n goed." Clémence bladerde in het boek, waarvan elk blank blad een teere gedachte droeg.

„Er wordt gebeld '" Leny sprong van de vensterbank, waarop zij een plaats had gezocht, boog zich over het hek.

Clémence trok aan den blauw-linnen rok ; „pas öp tóch !"

,,'k Moet toch zien, wie 'r is," zei Leny lakoniek. Ze keerde zich om. „We krijgen heerenvisite!"

„Zal wel voor beneden zijn," praatte Clémence een veronderstelling weg.

„Nee, voor ons ! Warempel, 't is Paul hallo, dag

Paul!... kom je boven ?"

') Felix Rutten.

Sluiten