Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Clémence hield het naaidoosje tegen, dat, bij Leny's sprong op den grond, bijna van de tafel duikelde.

„Vin* je 't vervelend?" vroeg Leny; „je was net zoo heerlijk aan 't voorlezen.

„Welnee ...." Qémence spande zich in, om een verraderlijk blosje te onderdrukken. Toch voelde ze haar wangen zich hooger kleuren. Vervelend ... Ze had nooit geleerd, hoe gelukstijdingeh uiterlijk-kalm te aanhooren. Vanmorgen óók, toen Pater van der Hoeven was gaan spreken over toelaten tot Doopsel en eerste H. Communie, had ze ineens het bloed voelen stijgen naar haar wangen.

Een kort tikje op de deur ; Paul kwam binnen. Clémence keek naar hem met vluchtigen opslag van haar donkere oogen. Daar stond hij nu, daar hoorde ze weer zijn stem....

Het maakte gejaagd, ze keek vóór zich, zocht afleiding

in het regelen der klosjes in het naaidoosje wit

bij wit zwart bij zwart, naar volgorde van de

nummers.

„Jongen, ik herkende je bijna niet, toen je daar beneden stond, zoo'n fijn nieuw pak," praatte Leny joviaal. Ze voelde aan de mouw. „Mooie stof, pff

't zit er an."

„Ja, ja, die 't breed heeft...." Paul was met een paar stappen bij Clémence. „Zoo Clémence, hoe is *t er mee ? in lang elkaar niet gezien.

Had hij 't óók lang gevonden, te lang ?...

Sluiten