Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je wist toch" — Paul keerde zich naar Leny — „dat ik komen zou ? je zou dat pakje meenemen, al die inkoopen, waarmee Truus mij heeft opgescheept : hamer, kurkentrekker, zakmes, enfin, allerlei moorddadige artikelen. Hier, de heele rommel zit bij elkaar."

Leny nam het pak over. „Groote hemel, wat 'n vracht!... t Is waar zeg, toen ik je laatst ontmoette, heb je gezegd, dat je komen zou. Me heelemaal ontgaan, hoor."

Paul trok een stoel naar het open raam. „Zooveel andere zorgen aan je hoofd ?"

Het was Clémence bijna een beklemming hem zoo dicht bij zich te weten, Paul, naar wien ze een onstuimig heimwee had gevoeld, en — ze moest het zich nooit meer anders voorspiegelen — dien ze toch niet winnen zou.

„Het meterschap over jou is mijn grootste zorg." Leny boog zich over Clémence, omvatte haar kin met beide handen, drukte spontaan-hartelijk een kus op haar voorhoofd. „Dat is m'n allerzwaarste zorg." Clémence bloosde onder deze vertroeteling. „Wat ben je uitgelaten," zei Paul. ,,'k Ga toch naar Vucht, jongen? je weet ; de éénige

gelegenheid, dat 'k niet te houden ben En, wat zeg

je ervan ? 'k word meter over Clémence."

,,'n Heele eer ; je zoudt 'n mensch jaloersch maken." „Meent hij dit ? of bedoelt hij 't als humor ?" streed Clémence, en ze zei met lichte emotie : „Zij heeft de hoogste rechten."

Sluiten