Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paul maakte grimassen, of de hardhandigheden van Leny pijn deden.

„Leny, Leny dan toch 1" verdedigde Clémence.

Plagerig-precies bleef Paul aan 't vegen, stond eindelijk op. Toen—de dólle stemming van Leny sloeg over, maakte bijna overmoedig — gaf Clémence met de platte hand een slag onder het blik.

„Daar zal je voor boeten !" Paul kruiste zijn vingers tusschen die van Clémence, dwong haar in den stoel terug.

Zij voelde zijn groote hand de hare omsluiten.

„Leelijkerd !" schaterde ze onder zijn overwinning.

Hij was vlak over haar heengebogen.

„Plaaggeest! kaatste hij.

Anstig-lang hield hij haar vast, het geglans van zijn eerlijke oogen diep in de hare, zijn goedig gezicht heel dicht vóór haar. Nu één keer allen schroom overwinnen, één keer hem in haar oogen late» lezen, hoe ze hem liefhad ! .... Waaróm eigenlijk liet hij haar niet los, waarom zóó lang .... Alléén om de plagerij te boeten ?

Alleen daarom ?...

Ze deed geen moeite om los te komen. Ze vergat het.

Naargelang het buiten meer te donkeren begon, verkalmde binnen de stemming.

Paul vroeg, of hij rooken mocht. Tusschen de trekken, waarbij telkens een lichtpuntje opleefde, praatte hij druk, vooral met Clémence.

Sluiten