Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houden. Er schuilde een stralend geluk in dit simpel spreken met hem over dingen van den dag. En het wekte haar verwondering, dat, waar bij anderen dikwijls met moeite een gesprek kon gaande blijven, met hem het discours van zelf vlotte. Toen de Museum-klok tien klepte, Jcon ze het niet gelooven, moest hij bij het licht van het schemerlampje laten zien, dat het werkelijk zoo was : tien, geen negen uur.

„Dan ga 'k héél gauw vertrekken." Ze zocht naar haar hoed.

„Hier, op dezen stoel," hielp Leny. „Is 't niet te frisch zonder mantel? wil je den mijnen om? Zulk dun goedje van die japon."

„O nee, 't is buiten nog heerlijk ; houd je hand maar uit t raam. En .... ik kan tegenwoordig tegen 'n stootje ; k heb méér kleur dan jij, bleeke Hannes."

Clémence, vroolijk en zorgeloos, gaf een tik op Leny's wang, daarna een stevigen kus. „Veel plezier hoor; geniet van de buitenlucht. En, tot Dinsdag dan, den gróóten dag !... Paul, tot ziens."

„Ik wil geen hand, ik ga natuurlijk mee."

„Natuurlijk mee," echode Clémence ; „moet ik je wéér overtuigen, dat 'k best alleen kan gaan ?"

„Maar moet ik dan per se hier blijven ?" ging Paul op denzelfden toon voort. „Moet Leny niet onder de wol en kunnen wij tweeën niet 'n heel eind denzélfden weg ?"

Clémence lachte gul. „Daartegen valt niet te prote-

Sluiten