Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIV.

P de nu stille Stadhouderskade gingen ze samen. Clémence trachtte den tuchtigen toon vast te houden, door Leny, met de bijna kinderlijke voorpret over de vacantiedagen,

gewekt.

„Néé, zij schudde 't hoofd ; „ik geef m'n muziektasch niet."

„Zitten 'r zulke gewichte documenten in?" gekscheerde Paul.

„Heelemaal niet, maar ik kan dat ding toch zélf wel dragen ?"

Hij gaf zich niet gewonnen, keek glimlachend haar aan. „Zoo'n stijfkopje, jij."

Ze trachtte zijn lach te ontcijferen, er uit te lezen of zijn standvastigheid hem beviel.

„Vind je ? vroeg ze.

„Je staat reusachtig op je stukken." Hij zei het ernstig, juist alsof hij de bewijzen van haar stijfhoofdigheid had overdacht. „Maar ik mag t wel, liever dan zulke slappe karakters, die met eiken wind meedraaien, nooit zichzelf zijn."

Clémence voelde een heftige ontroering, welke zij

Sluiten