Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je hebt gelijk, geloof is geen speelbal, om op te nemen en weg te werpen naar verkiezen."

Even was er stilte. Toen begon weer Paul: „Terwijl de strijd nog niet in me beslist was, ontmoette ik Wiesje. Ze was jong en hupsch en levenslustig, ze had verbazend veel aardigs. Alsof het zoo moest zijn, kwam ik telkens opnieuw in haar gezelschap. Ze mocht me, ik merkte het ; tegenover -de menschen heetten we al spoedig ,,'n paar". En niemand wist, hoe de strijd in me woelde. Alleen zij — omdat ze zoo'n bizondere aandacht aan me wijdde — scheen het te bemerken. Dat de strijd wel haar, maar méér nog een ander betrof, is bepaald nooit bij haar opgekomen. Lange, spontane brieven begon ze me te schrijven. In het begin haalde ik er de schouders voor op, langzamerhand gingen ze mij verwarmen, vlaste ik

op ze, dacht ik: „als ze eens niet meer kwamen "

Dat ze zich een weinig aan mé opdrong vergaf ik, omdat ze nog zoo jong en levenslustig was. Ernstig bedacht ik : „Wiesje is niet voor niets op m'n levensweg gekomen, haar mag ik naderen en dankbaar moet ik zijn, dat zoo spoedig de leegte in mijn ziel wordt aangevuld. Ik talmde nog, maar ten slotte heb ik haar gevraagd. Je vindt het misschien een ondoordachten streek, ik achteraf óók, maar ik geloof, dat in elk, ook het sterkste leven, momenten komen, dat je meer door de omstandigheden je laat leiden dan zelf handelend optreedt. Ten slotte is het misschien goed, eens gedeukt te worden in je trots

Sluiten