Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schreef ze, maar ik weet, dat ze iemand is, die aan eiken, ook den vluchtigsten indruk, toegeeft. Dat ze ten slotte mij niet meer bereiken kon, heeft haar boos en verontwaardigd gemaakt. Een vlindertje was ze, die de dingen pas begreep, wanneer ze er middenin stond. Schateren kon ze over allen ernst heen; als ze pruttelig was of zoo'n beetje naïefbedroef d, kon *k haar opfleuren met de belofte van 'n pretje."

„Ze was te jong voor jou, niet?" vroeg Clémence. „Maar ben ik niet te oud ?"

„Oud ?" Paul lachte; „zeker zooals je er nu uitziet, zooals je heel den avond hebt gekeken, als *n land zoo verrukt. Je bent in alles 't contrast van Wiesje, maar oud

ben je niet I 't Zekerste heb ik geweten, dat ik

jou liefhad en Wies alleen maar sympathiek vond, toen de brief kwam van Leny, waarin ze — nota bene als postscriptum — schreef, dat je Katholiek ging worden. Dien brief draag ik nog altijd bij me; beantwoord heb ik hem niet, uit vrees, dat de jubel er te sterk uit spreken zou. Leny vooral zou 't dadelijk begrepen hebben."

„Leny heeft veel menschenkennis."

„Dat heeft ze, en... ik moest zwijgen; ik was aan Wiesje verplicht tewachten.tot zij eenigszins over de teleurstelling heen zou zijn. Nu nog wil ik je voorstellen voorloopig onze verloving als een geheim tusschen ons beiden te beschouwen."

„Tusschen ons drieën dan toch," weerstreefde glimlachend Qémence.

Paul begreep. „Goed, Leny zullen we inwijden."

Sluiten