Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leidend beginsel waant. Zoo zou de vallende steen, kon hij, van zichzelf getuigen: „ik spring", en de piano bespeeld door menschenhand „ik zing", en de boom, door wind bewogen „ik wuif". Maar de bewuste mensch, de mensch in wien werkelijk gedacht wordt, beseft dan ook dat er in hem gedacht wordt, dat „het denken" is een werking, een openbaring van het Eene, zoo goed als „het regenen" en „het roesten", het „veranderen" en „het sterven" — het denken is een creatie, waarvan de productie heet: Waarheid.

Verreweg de meeste menschen kunnen dit volkomen afstand doen van zichzelf niet verdragen, de illusies van vrijmachtig denken en vrijmachtig willen — en onder vele andere illusies ook deze, dat er van hun instincten en ver-I wachtingen, eenige bewijskracht zou uitgaan — behooren tot de noodzakelijke factoren van hun geestelijke uitrusting. Omdat dit zoo is, zullen ze zich tegen de klaarste evidentie in aan die illusies blijven vasthouden. Die behooren tot hun wezen, daaraan steun verleenend, zooals de steunbladen de nog zwakke, onontplooide bloem. Ontplooit zich de bloem, zoo vallen de steunbladen, overbodig geworden af, ontplooit zich de mensch tot vollen geestelijken wasdom, zoo ontvallen hem een voor een zijn illusies van levensdoel en voortbestaan, van vrijmachtigheid en zelfstandigheid. Aldus leert ons dan reeds de rede, wat de historie altijd en overal bevestigt: dat steeds de geringste geesten het sterkst de illusie van vrijmachtigheid en onafhankelijkheid hebben en dat het altijd de groote en sterke geesten waren, die ten volle afstand konden doen van „vrijen wil" en „zelfstandigheid". Zooals Spinoza. Niemand verwerft meer „waarheid" dan hij dragen kan, krijgt meer licht I dan zijn oogen lijden, ook daarin spreekt de uitnemende I Redelijkheid!

Doch wie tot ontplooiing gekomen zich in de Eenheid

Sluiten