Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dient het contrastgevoel om er den lezer van te doordringen at het eigene niet het eenige, niet het natuurlijke, niet het vanzelfsprekende is, dan wordt contrastgevoel: betrekkelijköeidsgevoel, met de verdraagzaamheid en redelijkheid, die eruit voortvloeien moeten. Plato zeide: „Alle wijsheid stamt uit verwondering" en diegene verwondert zich, die, het eigene altijd het eenig-mogelijke gewaand hebbende, plotseling een tegengestelde mogelijkheid, een contrast onderscheidt — we verwonderen ons door contrasten, door vergelijkingen en onderscheidingen — we komen dus daardoor tot wijsheid.

We hopen voortdurend bij het behandelen der figuren en feiten in de volgende bladzijden op de geweldige beteekenis van het contrastgevoel en op de remmende werking van ons aanpassingsvermogen terug te komen.

Alles wat is bestaat door contrasten, ook wij; het contrast is de voorwaarde van ons bestaan, daarom is zulk een groot deel van onze energie op het creëeren en behouden van die contrasten gericht.

Kan men iemand meer vleien dan door hem g e d i s t i ng u e e r d te noemen, dat is: anders dan anderen — kan men hem meer grieven dan door hem c o m m u n te noemen, dat is: juist als een ander?

Distinctie, anders dan anderen te zijn, is de voorwaarde van ons zelfbehoud, daarom streven we naar distinctie wat ons soms een hebbelijkheid schijnt, is een Noodzakelijkheid, een levenseisch, omgezet tot „lust". Alle „zucht naar zelfbehoud" is tot distinctie-zucht terug te brengen, omdat wij immers bestaan door distincties, door hen te handhaven handhaven we ons zelf. Door ons te voeden, handhaven wé het contrast tusschen ons eigen organisme en andere organismen, voeden we ons niet, zoo sterven we, ontbinden en worden opgelost en opgenomen door andere organismen —

PrometheuB. 2

Sluiten