Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hangt zoo licht afstand zullen doen. De distinctie-drang houdt het lintje in eere, ook bij hen, die er om glimlachen. Kon men op de een of andere wijze openlijk demonstreeren, dat men voor de onderscheiding heeft bedankt, dan zou men die onderscheiding verre verkiezen boven het lintje zelf. Zoolang dit niet gaat, dragen zij het, mèt een glimlach en ondanks den hoon op het „vodje zijden band", dat in werkelijkheid een deel van hun leven is, dat hen voor „verdwijnen" voor „opgaan" (ondergaan) in de massa behoedt.

Van dien aard is ook het felle verzet van den Franschen adel aan den vooravond van de Revolutie en tegen de dreigendste eischen hunner tegenstanders in, tegen het betalen van belasting, terwijl ze, in hun liefdadigheidsbevliegingen a la Rousseau het dubbele weggaven en daarbij het tiendubbele spilden. Ook hier het vastklampen aan een distinctiemiddel, te kostbaarder, waar de reëele distinctie tusschen adel en niet-adel of verdween in een algerneene oververfijning, of niet meer werd erkend en dus op die manier verdween.

We behoeven nauwelijks te zeggen, dat dit najagen van de distinctie als levensbevestiging allerminst bewust geschiedt. Hoevelen zijn er, zelfs in onzen tijd, zelfs onder de denkenden, die zich van deze dingen rekenschap geven? Ook hier is „moeten" omgezet in „begeeren", doet zich „noodzaak" voor als „lust" — de nagestreefde en bereikte distincties krijgen in het oog van hen, die ze bezitten of er naar streven, en vooral in het oog van hen, voor wie ze onbereikbaar zijn, het aanzien van reëele superioriteit. En Slechts dan, wanneer we ten volle beseffen, hoezeer de distinctie-drang in al zijn uitingen en vertakkingen de levensdrang zelf is, slechts dan begrijpen we, waarom menschen, die toch overigens geen zotten zijn, beven en sidderen in tegenwoordigheid van „gekroonde hoofden" — we denken

Sluiten