Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met den distinctie-wil, daar er wel geen contrast tusschen mensch en mensch zoo scherp is als dat, waarin de eene mensch macht heeft over den ander — vandaar dan ook, dat „macht" misschien wel het meest-gezochte en moeizaamst-nagestreefde distinctie-middel is.

Omdat de distinctie-drang onmiddellijk samenhangt met ons levensbehoud en we dus altiUf distinctie zullen willen, om niet te „verdwijnen", daarom kan men bezwaarlijk gelooven in een toekomststaat, waarin elk genoeg zal hebben en niemand meer begeeren. De „meerhebberij" waartegen Plato in zijn geschriften reeds toornde, wortelt dieper dan het verlangen naar de dingen, die voor geld gekocht kunnen worden en bereikt kunnen worden, en die voor vele sobere en onontwikkelde naturen nauwelijks eenige bekoring hebben, ja, die hun veeleer tot last zijn, zonder dat ze er daarom aan denken, afstand te doen van ook maar een deel van hun bezit. Het is op den distinctie-drang, op den algemeenen afkeer van wat c o m m u n is, dat het communisme steeds is afgestuit, op den langen duur — waarom het toch altijd wordt gedroomd en zelfs, zij het voor kort, gerealiseerd, hopen we in een volgend hoofdstuk uiteen te zetten — het is daarop, dat elke heilstaat van tevreden menschen afstuiten zal. Zoolang niet elkeen in de gelegenheid is, zich in andere richting te onderscheiden — ïn ook de ondenkbaarheid daarvan hopen we aan te toonen — zal de behoefte en het vermogen zich te onderscheiden zich blijven richten op „meer bezit" en „meer macht".

Wanneer men ons de bewering „er zal altijd concurrentie zijn tusschen de menschen" klakkeloos uit de empirie gegrepen, als een grondwaarheid voorhoudt, mogen we haar betwijfelen, indien ze niet strookt met onze illusies en droomen — zien we echter de distinctie als voorwaarde van ons bestaan, de distinctie-begeerte als uitvloeisel van onzen

Sluiten