Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan — dit volgt uit de identiteit der begrippen „zich onderscheiden" en „bestaan". „Leben konnte kein Volk, das nicht erst schatzte, will es sich aber erhalten, so darf es nicht schatzen, wie der Nachtbar schatzt," zegt Nietzsche en deze uitspraak krijgt, dunkt ons, aan de hand van het boven uiteengezette pas zijn volle beteekenis. Bestaan is waardeeren, is onderscheiden, alle bestaan is dogmatisme; blijven bestaan is zich onderscheiden van anderen, collectief dogmatisme tegenover ander collectief dogmatisme.

Vandaar dan ook, dat die individuen, welke het volledigst opgaan in de collectiviteit, de ..maatschappelijke steunpüalaren" het sterkst hangen aan nationale gewoonten, eigenaardigheden en instellingen, terwijl de min of meer krachtige persoonlijkheden, de min of meer zich aan de collectiviteit onttrekkenden, voor al die dingen onverschillig zijn. We hopen dit later duidelijk aan te toonen. De collectieve distinctie is de eigen distinctie, wanneer en voor zoover de collectiviteit de persoonlijkheid heeft geabsorbeerd.

Een collectieve distinctie, welke het sterkst, het meest misleidend als eigen, innerlijke distinctie wordt gevoeld, is de landstaal. Vandaar dan ook, dat in den „taalstrijd", onderdeel van den strijd voor collectief (nationaal) zelfbehoud, de beste elementen naar voren treden van de groepen, wier nationale zelfstandigheid wordt betwist of bedreigd. Zij houden hun collectieven distinctie-wil voor „heilige liefde tot de moedertaal" of wel ze geven dien er voor uit. Maar in wezenlijkheid is er aan het begrip „moedertaal" niets „heiligs" of „verhevens", en de gehechtheid van den Nederlander aan zijn taal is van geen hoogere orde, dan die van den Volendammer aan zijn wijde broek — en elkeen, die in den strijd voor de „moedertaal" een „heiliging" zou willen zien voor menschenhaat en bloedvergieten, liegt zich zelf en anderen voor.

Sluiten