Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

makende eendracht" — ze verzekert aldus het bestaan der leden in het bestaan der collectiviteit als geheel. De uniformiteit is het dogmatisme van de als individu opgevatte collectiviteit, haar innerlijke verdeeldheid is op dezelfde wijze: haar „twijfel".

Wat voor de enkelvoudige collectiviteit geldt, geldt dan weer op precies dezelfde wijze voor de veelvoudige collectiviteit, den Volkerenbond. De bestaande collectiviteiten verkeeren, als individuen opgevat, tot nu toe in den „Natuurlijken Staat" van vijandschap, door onderling-verscheiden belangen en waardeeringen, en zooals de menschelijke personen, werkelijk of hypothetisch dien staat ontvlieden in de enkelvoudige collectiviteit, zoo gaan de als personen opgevatte collectiviteiten thans wellicht dien staat ontvlieden in een veelvoudige collectiviteit.

Dat zulk een Volkerenbond qualitatief niet verschilt van Patriottisme en Provincialisme, springt in het oog. De drie verhouden zich als kwartje, gulden en rijksdaalder, verschillend in omvang, gelijk in samenstelling en in gehalte. Hoezeer bedrogen de ophemelaars van nationalisme en provincialisme ook uitgekomen zijn, dit schijnt voor onverbeterlijke „idealisten" geen beletsel, om zich reeds bij voorbaat voor Volkerenbondisme te exalteeren en de tijd gaat komen, dat men den nieuwen vorm van eigenliefde, „rasgevoel", evenzeer als een deugd zal beschouwen als men het tot nu den ouden vorm van eigenliefde, landsgevoel, heeft gedaan. Maar in werkelijkheid is er niets „edels" in een Volkerenbond, die neerkomt op een ruimer dogmatiseeren, uniformiseeren, van belangen en meeningen, nu gebleken is, dat der individuen bestaan door den Natuurlijken Staat der collectiviteiten toch nog te veel met „opheffing" wordt bedreigd. Nimmer zal men, zoo als gezegde „idealisten" beweren en wellicht ook wel gelooven, door een verder verwijden der

Sluiten