Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onschadelijke wijzen onderscheiden kunt. We zien dan ook inderdaad de menschen, die het bangst zijn „excentriek" te schijnen of te heeten, tegelijkertijd alles schuwen wat men gewoon is „commun" te noemen, terwijl „excentrieke" menschen volstrekt niet zoo bang zijn, om de zeelucht te genieten in een badplaats, die commun heet en er niet aan denken een goedzittend kleedingstuk af te schaffen, omdat „iedereen het draagt".

Tusschen de vrees zich te onderscheiden en het verlangen zich te onderscheiden wankelt dus de mensch in de maatschappij. Hij is even bang „excentriek" te zijn als afkeerig om „c o m m u n" te wezen.

De kleine schooljongen, die het heerlijk vindt in de klas boeken te mogen kaften en potlooden te mogen punten, hoewel hij thuis voor zulke werkjes bedanken zou, omdat de opdracht een onderscheiding beteekent — en die tegelijkertijd doodongelukkig is, wanneer hij gedwongen wordt zich door een pet van afwijkend model te „onderscheiden", of door het feit van met een rijtuig te worden gehaald, terwijl zijn kameraadjes te voet gaan — zulk een schoolkind is, als het kind in het algemeen, de getrouwe afspiegeling van den mensch, in wien het maatschappelijk gevoel overweegt. Door middel van den „maatschappelijken mensch" vergeet zich de Eenheid in het dogma om niet in zelfherkenning tot zelfopheffing over te gaan.

Het behoeft nauwelijks te worden gezegd, dat een uitdrukking als „De maatschappij zegt...." niet meer dan een wijze van spreken is. We dienen het eigenlijk zoo te stellen: de Noodzakelijkheid, die een deel der menschen bestemt om in en door middel van collectiviteiten der Eenheid zelfconservatisme te vertegenwoordigen tegenover de opheffende werking van der Eenheid zelfherkenning, produceert zich in de gemoederen der betrokken individuen tot

Sluiten