Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren, verklaren zéér nadrukkelijk te gelooven in een „vrijen wil", in de vrijheid van zedelijk handelen.

Doch hun argumenten zijn niet van logischen, maar van maatschappeujk-zedeUjken aard en luiden gewoonlijk — met variaties — als deze: „zoo zou iedereen maar kunnen doen, wat hij wou" — of „zoo zouden alle boeven maar los rondloopen" vooral ook: „wat had een mensch dan voor verdienste van zijn braafheid."

Straf en belooning, schuld en verdienste, distinctiemiddelen van maatschappelijken aard of naar dien maat gemeten „goddelijken" aard, primitieve instincten van wraak en vergelding jegens hem, die waagt, wat een ander nalaat uit vrees voor de wet, schoon hem wellicht de vingers jeuken naar een anders goed, ziedaar wat er op den bodem ligt van alle argumenten tegen den onvrijen wil. En dit is inderdaad volkomen natuurlijk in hem, bij wien het „distinctiegevoel" (het maatschappelijk gevoel) overheerscht en die dus wel degelijk voor het breidelen zijner begeerte naar distinctie een loon, een voldoening, een distinctie verwacht, zij het alleen maar die van b e t e r te zijn dan anderen, wat uit hun straf en schande blijkt.

Daar men bovendien alleen kan begrijpen wat men is en het Eenheid-willend temperament meer verschilt van het Distinctie-willend temperament dan een Engelschman van een Polynesiër, kan de bezitter van het laatste zich de bedoelingen van den eerste niet anders verklaren dan door diens behoefte, eigen begane misdrijven goed te praten of voor nog te begane een vrijbrief te vragen en ook dit behoeft ons niet te verbazen in menschen, die stellig vaker hebben geluisterd naar redeneeringen met een vaststaande, voorafbepaalde, practisch-zedelijke bedoeling of strekking, dan naar de ontwikkeling van een probleem, waarbij de spreker noch van iets uitgaat, noch tot iets verlangt te komen, en

Sluiten