Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dat hun talenten gaven zijn. Hoe verlammend zou het fatalistische „ijs-en-weder-dienende" moeten werken op de fierheid en de energie der aanstaande kampioenen.

Maar den Wil stelt men, moeten we deze lieden gelooven, onmiddellijk non-actief, zoodra men leert inzien, dat ook die een gave is, en voor zijn genoegen zwalkt men dan verder willoos, stuurloos, misdadig het leven door.

Niet zelden ziet men ook de stelling, dat de mensch onvrij is in zijn handelingen, opgevat als een zedelijke raadgeving — een „ga je gang maar" en dan natuurlijk van giftigen en verderfelijken aard. En men vergeet dat iemand, die eerst den mensch o n-v r ij verklaart, onmogelijk daarna zedelijke of welke andere adviezen kan gaan geven, overtuigd als hij immers is, dat niemand ze vrijelijk volgen kan — terwijl degeen, dien hij mogelijk overtuigde — dat is: aan zichzelf openbaarde — zich juist krachtens die overtuiging niet meer en nooit meer op eens anders inmenging zal kunnen beroepen! Stellig zal er wel eens een arme, slappe stumper zijn, die zijn erbarmelijkheid zocht te verontschuldigen met te zeggen „dat men hem had gezegd, dat hij geen vrijen wil bezat" — en de bovenomschreven lieden zullen het gretig gelooven — zoo zullen er ook altijd kinders te laat op school komen en zeggen, dat de brug openstond, en vechtersbazen, dat ze „niet bij hun positieven" waren, maar dit zal nooit een reden zijn, iemand te beletten, in het openbaar te zeggen, dat er wel eens bruggen open staan en dat er wel eens menschen niet bij hun positieven zijn.

De diepe grond is deze, dat alles wat autoritair is en voelt, alles wat maatschappelijke instincten in zich heeft zich vastklampen moet — en derhalve zich vastklampt — aan het dogma van den vrijen wil, in of buiten de kerk, ter wille van de orde, van het recht om te berispen, te straffen, te wreken en te tuchtigen, dat de grondslag en de levensvoor-

Sluiten